Belgische Ardennen
Vrijdag 27 juli 2007

"Wie gaan er a.s. vrijdag 27 juli mee een dagje toeren, met regengarantie, in de Belgische Ardennen?"

Deze e-mail werd afgelopen week door Jan verzonden. Dus vrijdagmorgen sta ik om kwart over 8 als enige bij Hotel Campanile. Jan verschijnt echter even later en die vertelt dat wij met z'n vieren naar België rijden: Peter van B. en Erwin zullen ook nog komen. We nemen de tijd voor een eerste kop koffie en tegen kwart voor negen verlaten wij het parkeerterrein.

De snelweg is een snelle weg om ergens snel te komen en heeft weinig charme: het enige opzienbarende is het pompstation net onder Brussel waar we met onze normale bankpassen de pomp kunnen activeren (of je betaalt vooraf een afgepast bedrag in het pompstation en loopt daarna nog zeker 5 keer naar binnen omdat de vrijgegeven pomp geen druppel benzine afstaat….).

Om de "toeristische route" daarna meteen goed te beginnen verlaten wij ter hoogte van Charleroi de snelweg en weg is het snelle asfalt en hobbelen we over de bekende Belgische binnenwegen. In Landelies slaan we rechtsaf een steile afdaling op over kasseien, afgewisseld met plekken vers en oud teer doorspekt met stukjes kei. De "teugels" van mijn ros worden even strak getrokken want het hele gewicht van ongeveer 215 kilo duikt met volle overgave de helling af……..

(plaats de muisaanwijzer op een foto om het scrollen te stoppen)

Even later rammelen wij over wat kleinere exemplaren van deze kasseien het dorp Gozee in, waar Jan ons feilloos aflevert naast de muren van de Cisterziënzer abdij d'Aulne. Deze werd in 657 gesticht, in de 12e eeuw geschonken aan de Cisterziënzer monniken, in de 15e eeuw door Bourgondiëers en begin 16e eeuw door de Fransen en de Geuzen geplunderd, ondergaat in de 16e en 18e eeuw nog wat verbouwingen en werd in 1784 door Franse revolutionairen en de plaatselijke bevolking (vakkundig) verwoest.

Wij staan in de 21e eeuw ons een beetje te vergapen aan de grootte en leegte van het terrein, hier heeft vroeger een gigantisch complex gestaan. Wat rest zijn wat afgebrokkelde buitenmuren en torens, een stuk van de abdijkerk en wat lijkt op verblijven van de monniken. Een klein gedeelte is nog in gebruik als retraitehuis, restaurant en de uit de resten van de ruïne opgetrokken kerk. De moderne techniek gaat aan de slag: knip..foto..knip..foto..knip..foto

Op de terugweg naar de motoren blijkt de poort opeens afgesloten, we zijn hier toch doorheen gekomen?!?!?!? Wat blijkt: door een zij-ingang waar je een euro ingooit kom je op het terrein terecht en daarna ga je door de draaideur weer naar buiten. We vonden het al vreemd dat we niet hoefden te betalen. Ai, wij zijn dus illegaal binnen-gekomen. Werkt die draaideur nu ook, of heeft "Hij" onze zonde geregistreerd en blijven we de rest van de dag in de draaideur vastzitten……? Het wordt ons vergeven, als we maar koffie gaan drinken in het nabij gelegen abdijrestaurant.

Tegen half 12 vertrekken we richting Chimay waarbij we over petite binnenwegen bij Pry op de N978 terecht komen (totaal niet te vergelijken met onze N-wegen). Net na Silenrieux krijgen we een prachtig zicht op de Barrage de l'Eau d'Heure: eerst kijken we tegen de dam aan en daarna op het stuwmeer, helemaal omzoomd met bomen met aan het begin van de dam een futuristische uitkijktoren. Via Cerfontaine doorkruisen we een stukje groen: Bois de Révleûmont en Bois de Walestru en hebben we net voor Chimay nog zicht op de Etang de Virelles (watertje).

Het plan van Jan is om in Chimay te eten, maar het hele centrum waar het alleen te doen is (vier terrasjes) is bomvol, iedereen zit heerlijk in de zon te genieten van de lunch. We gaan ergens anders onze honger stillen. Na Baileux zakken we verder af door Bois de Chimay, rijden over de rivier Eau Noire, passeren bij l'Escaillère de Franse grens en parkeren uiteindelijk de motoren in het centrum van Rocroi. Met een omelet met garni (friet en brood) en iets vloeibaars in de magen verlaten we dit kleine dorpje richting Monthermé, waar we zullen besluiten de korte of lange route te pakken.

Op weg naar dit keerpunt komen we door Vallée de Misère, groen waar je kijkt met prachtige bochten en redelijk glad asfalt. Na Revin volgen wij de loop van de Les Dames de Meuse tot aan Vresse-sur-Semois en misschien ook nog wel tot aan de "poorten" van Bouillon.

Met andere woorden, we hebben voor de lange route gekozen en gaan het kasteel bekijken en koffiedrinken in Bouillon. Met de motoren is het goed te doen om naar het hoger gelegen kasteel te rijden: tot aan de kassa bezichtigen en omkeren anders gaat het te lang duren. Na de "peepshow" belanden wij op het terras van één van de grootste en luxueuze hotels van Bouillon: Hotel de la Poste. Dat betekent dan ook koffie MET: flinterdun amandelkoekje, vette Belgische bonbon, schaaltje met diverse soorten suikers en een glaasje advocaat. Aangezien ik geen behoefte heb aan "grasmaaien" onderweg, schuif ik deze keer mijn glaasje door!!! Het bevalt uitstekend op het terras, we doen nog een rondje luxe koffie.

Tegen zes uur verlaten wij met tegenzin het terras (er zelfs overwogen om een overnachting te boeken zodat we kunnen genieten van de plaatselijke bieren), pakken de motoren en hebben besloten bij Wellin in de buurt een frietkot te zoeken en daar de snelweg op te gaan richting Dinant. De route naar Wellin voert ons over prachtig geasfalteerde (je leest het goed: PRACHTIG en dat in België) wegen door Vivy, Oizy (klein foutje GPS: we stranden op een doodlopende, in stijgende lijn zijnde karrenspoor bezaaid met kiezels, yes het kan niet missen), Bièvre, Gedinne, Haut Fays en uiteindelijk Wellin. Deze tocht gaat helemaal door groene bossen met hier en daar kruisende beekjes: mooie natuur!!

En nu op zoek naar dat beloofde frietkot. Na Wellin en al aardig op weg naar de A4 struikelen we zowat over een parkeerplaats (nou ja, parkeerplaats: restjes grint, diepe watergeulen, afbrokkelend asfalt aan de randen en dat alles rond een plateautje van beton) met een echt frietkot: lekkere fritten meej lekkere zure Belse mayo en een frikandelletje speciaal of croquette (we zitten nog in Franstalig Belgique).

Tja en dan is het tijd voor de rit naar huis: de A4 op en dan in zowat "rechte" lijn naar Breda: we leggen nog 2 keer aan voor een tank- en koffiestop. Ieder slaat bij de betreffende afslag af naar huis.

Voor de thuisblijvers:
Vertrek: plusminus kwart voor negen Breda
Route: prachtig, vlot, vakantieachtig, gaan we nu al terug? wanneer gaan we weer?
Aankomst: tegen kwart voor elf Oosterhout
Kilometers: 660
Afgegeven regengarantie: daar moeten wij helaas de reisleider op aanspreken, want er is geen druppel gevallen.

Jan, je weet het al: bedankt!

terug naar overzicht toerverslagen